Ontslagname uit de Provinciaal Raad  van Beheer C.S.B.O.
Centra voor Studie en BeroepsOriŽntering

Hasselt, 29 november 1973.

Aan de HH. BERTRAND Alfred,
Provinciaal Voorzitter A.C.W. en C.S.B.O.

CLAESSEN Albert,
Provinciaal Ondervoorzitter A.C.V. en C.S.B.0.

WILLEMS Emiel,
Provinciaal Directeur C.S.B.O.

Beste vrienden,

Hierbij ben ik zo vrij, in afspraak met de K.W.B. U voor te stellen mijn ontslag als lid van de Provinciale Raad van Beheer van de C.S.B.O. en het Provinciaal Psychologisoh Instituut, te willen aanvaarden. Meer tijdbesteding aan enige andere opdrachten en mijn beperking wegens gezondheid, brachten mij tot deze beslissing.

Vriend Jan Plas, namens K.A.V. en K.W.B. die hierover een gesprek hadden, zal op het volgend Dagelijks Bestuur A.C.W. een voorstel ter vervanging doen.

Ik hou er aan U allen te danken voor de goede samenwerking gedurende al die jaren in de Raad van Beheer van beide instellingen, en dat ik daardoor ook de gelegenheid kreeg om, namens de ouders onzer jonge mensen, en de leden van K.W.B. en K.A.V., mijn inbreng te doen in de aanvang en de uitbouw van de Studie- en BeroepsoriŽnteringsdiensten. De goede kontakten met de Directeur, het Nationaal en Provinciaal Sekretariaat van de C.S.B.O., en het personeel van de S.B0. diensten, waren voor mij ook een hulp.

In 1938-1939 kon ik reeds als K.A.J. vrijgestelde medewerken met Trudo Hoewaer in de dienst Hasselt en Jan Desair in de dienst Neerpelt, in de Nationale K.A.J. met Wim Mesotten ea. en ook in de diensten St-Niklaas, Geeraardsbergen en Oudenaarde. Personen als Anicetus en Mr Cardijn wisten het aspect van studie en beroepsorientering in het leven van de jonge arbeiders bij mij ten zeerste op te wekken.

Onmiddellijk na de oorlogsjaren kon ik mij dan weer opnieuw in Limburg, door middel van de K.W.B., inzetten aan de steeds grotere groei van de C.S.B.O. in alle uitzichten. Mijn aandacht ging steeds naar de vrije en onafhankelijke hulp die onze diensten kunnen bieder, aan de ouders en hun kindereri, in de beroeps- en studieoriŽntering, die ook een levensoriŽntering is.

Als christenen konden we ons evenwaardig, en meer, als alle sociaal geŽngageerden, inzetten voor jonge mensen die met onze hulp tastend zoeken naar 'n eigen en gemeenschappelijk geluk.

Voor onze diensten is er in de begeleiding, de hulp en de samenwerking van de ouders, de kinderen en het onderwijs, een grote opgave weggelegd.

Bij deze gedachte gaat ook steeds mijn aandacht, in de projectenbespreking van het Uitvoerend Comitť van Broederlijk Delen, Rechtvaardigheid en Vrede, en onze Comissie van Lekensamenwerking voor Latijna-Amerika, naar de vormingskansen van jongeren in de Derde Wereld, bizonder door medewerking met Leona Gezels en Paula Van Ursel, Oud-Nationaal medewerkster in S.B.O., in HaÔti werkzaam, en vele anderen in Latijns-Amerika, Centraal-Afrika en AziŽ.

Met mijn beste wensen voor de C.S.B.O. en, in de mate van het mogelijke, steeds ten dienste.

Vriendelijke groeten.

Robert Hertogen
Hasselt